| In november ontvingen we een nieuwsbrief van Jonathan Miles, directeur van Shevet Achim, die ons aanzette tot nadenken. Hij geeft leiding aan een organisaties waar de NEM al jaren mee samenwerkt en vrijwilligers naar toe zendt. Met het lezen van zijn nieuwsbrief werden we uitgedaagd om op een andere manier naar de oorlog in Gaza te kijken, namelijk door de bril van het evangelie. |
|
Kleine Avigail werd gevangen genomen en meegenomen naar Gaza op zaterdag 7 oktober. Haar broer en zus wisten te ontkomen en verschuilden zich urenlang in het huis van de buren. Toen hun oom ze eindelijk aan de telefoon kreeg fluisterden ze: “de terroristen hebben papa en mama gedood, maar wees niet bezorgd, het leger komt eraan.” Het zijn verhalen zoals deze die Israël en haar bondgenoten ervan overtuigen dat de oorlog met Hamas gerechtvaardigd is. Onze bijdrage tijdens deze oorlog is dat we zes kinderen uit Gaza onderdak bieden vanwege het feit dat ze voor 7 oktober naar Israël waren afgereisd voor een medische behandeling. Dit heeft ons een kijkje in de levens van onze Palestijnse buren gegeven. In het bijzonder toen de moeder van Naim moeder drie van haar kinderen verloor bij een bombardement op haar huis in Gaza. En het geeft ons de verantwoordelijkheid om de gezichten van deze kinderen te laten zien aan diegene die ze anders niet zouden zien en Israël aan te moedigen om deze rechtvaardige oorlog rechtvaardig voort te zetten. Het was daarom zo bemoedigend om deze week te horen van een geestelijke verzorger uit de IDF dat hij dezelfde verantwoordelijkheid en innerlijke strijd ervaart voor de Palestijnen in Gaza. Hij schrijft: |
![]() |
![]() |
De oorlog die nu gevoerd wordt is rechtvaardig. De leiders van Israël hebben daarom gelijk als ze zich verzetten tegen een permanent staakt-het-vuren, wat zou neerkomen op een terugkeer naar de status quo en het blijvende potentieel voor de vernietiging van Israël. In deze huidige oorlog moeten we, gezien de intensiteit ervan en de doelstellingen van het vernietigen van de vijand, ons afvragen… wat doet het met ons hart en onze ziel? Terwijl de wereld ons onder druk zet om de gevechten te staken en terwijl de wereld onze daden bekritiseert, laten wij een tegengeluid horen en blijven we ons afvragen wat de fundamenten zijn van een rechtvaardige oorlog. Maar brengt de bloedige prijs onze positie in gevaar als een volk dat betrokken is bij een ‘oorlog van de rechtvaardigen’? Ik word achtervolgd door meerdere vragen, ongeacht hoeveel en hoe nauwkeurig onze kennis van de gebeurtenissen ter plaatse is. We zijn verplicht ruimte te maken voor enkele pijnlijke en uitdagende vragen: |
- Voeren we deze oorlog puur als een oorlog voor de bescherming van Israël?
- Hebben andere menselijke elementen, zoals wraak en haat, de strijd beïnvloed en de strategie bepaald?
- Kan ik er wel van uitgaan dat een leider van wie ik zie dat hij zelfs tegenover zijn eigen volk onvoldoende empathie en medeleven heeft, , en die zijn eigen overleving en eigenbelang als primaire drijfveren ziet, wijs en medelevend tegenover anderen handelt, zeker in tijden van oorlog?
- Wordt bij alle beslissingen die zijn genomen rekening gehouden met de menselijke realiteit van de ander, in een poging de bescherming van het leven te maximaliseren?
- Meer fundamenteel: heeft de retoriek van dehumanisering, die op natuurlijke wijze tot uitdrukking kwam na de gebeurtenissen van 7 oktober, ons blind gemaakt voor de menselijkheid van de burgers van Gaza?
Er wordt ons vaak verteld dat de IDF het meest morele leger ter wereld is. Misschien is dat zo. Meer dan wat dan ook is dat een belangrijke pijler van mijn gebed in deze periode geworden. Ik bid dat we dat écht zijn. Ik bid dat ons hart niet verhard wordt door ons eigen lijden. Ik bid dat we het lijden van anderen kunnen zien, ook terwijl we proberen onze mensen nu en in de toekomst te beschermen. Ik bid voor wijs en meelevend leiderschap. Ik bid voor een hart dat groot genoeg is om ruimte te hebben voor het lijden van mijn volk en dat van anderen. Dit alles is in mijn gebed opgenomen, juist omdat hierin de geestelijke strijd ligt, de hogere strijd die volgens mij in gebed wordt uitgeleefd…
Want wij zijn het niet die onszelf kunnen redden of verdedigen. Alleen in God kan de strijd worden gewonnen.
Ongelofelijk. Als God dit soort stemmen binnen Israël laat horen, kunnen wij buitenstaanders wijselijk naar de achtergrond verdwijnen. Toen Jozef zichzelf aan zijn broers openbaarde, verlieten alle Egyptenaren de kamer.
Laten wij dus in plaats van Israël te bevragen een aantal moeilijke vragen aan onszelf stellen:
- Vertaalt onze liefde voor Israël zich terecht in haat tegen haar vijanden?
- Vinden wij dat wij de ene of de andere kant moeten kiezen?
- Denken wij dat het Joodse volk beter is dan zijn Arabische buren? (Een gedachte die vaak door de bescheiden bevolking van Gaza zelf wordt geuit).
En laten we als discipelen van Jezus Messias onszelf ook de volgende vragen stellen:
- Heeft Hij ons niet geboden onze vijanden lief te hebben en te bidden voor degenen die ons vervolgen?
- Hebben Zijn dood en opstanding de scheidingsmuur tussen Jood en heiden niet afgebroken, zodat alle volkeren met God verzoend kunnen worden?
- Zal er uiteindelijk niet een grote menigte zijn uit alle naties, uit alle stammen, volkeren en talen, die voor de troon en voor het Lam zullen staan?
Vrienden, we moeten hiervoor bidden! Komt onze steun voor Israël zo voort uit onze ziel dat we zelfs gedachten koesteren die onze Messias rechtstreeks tegenspreken? We moeten het Woord van God gaan toepassen, dat levend is en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en dat doordringt tot op de scheiding van ziel en geest.
En het woord van God effent onze weg! Elke keer als we afglijden in de gedachte dat Israël of christenen of welke andere groep of individu dan ook inherent beter is dan anderen. De Thora beschrijft alle mensen als zondig. Er zijn geen goede mensen die van de slechte kunnen worden onderscheiden. De enige gerechtigheid komt van God, die Hij aan ieder mens aanbiedt door middel van het nieuwe verbond.
Vrienden, deze oorlog verdeelt de wereld op een diepgaande manier. In de eerste plaats tussen degenen die de God van Israël liefhebben en degenen die Hem haten. Laat er geen twijfel over bestaan aan welke kant wij staan.
|
Maar laat er ook geen misverstand over bestaan: in de Messias zijn er geen uitgesloten volken. Het Koninkrijk der Hemelen is voor iedereen die Hem met het geloof van een kind wil ontvangen. Laten we eindigen met het naast elkaar tonen van de gezichten van Avigail uit Israël en Naim uit Gaza. Net zoals hun huizen en gezinnen naast elkaar stonden voordat ze in deze oorlog werden vernietigd. We vragen onze Vader om genade en om Zijn beeld in hen beiden in gelijke mate aanwezig te zien. We vragen om verlossing voor deze twee kinderen, en deze twee volkeren, die zoveel hebben verloren. |
![]() |
Jonathan voor Shevet Achim
Hoe goed is het, hoe heerlijk als broers en zussen bijeen te wonen!
Psalm 133


