en wel in Beit Juliana, een ouderencomplex dat ligt in Herzliya, net ten noorden van Tel Aviv.
De meeste bewoners zijn gezond en hebben daar een eigen appartement. Sommigen hebben enige hulp nodig; voor hen is er een soort tussenafdeling. Daarnaast is er ook een verpleegafdeling. Al deze mensen hebben hulp nodig, hetzij lichamelijk, hetzij psychisch. Daar verblijven zo’n veertig mensen, van wie er ongeveer dertig lijden aan een vorm van dementie.
Ik deed ondersteunend werk op de verpleegafdeling. Ik dacht dat dit zou bestaan uit het geven van aandacht aan mensen voor wie, door een tekort aan verzorgend personeel, geen tijd zou zijn. Dit bleek echter niet zo te zijn. Ik moest het ontbijt verzorgen en mensen eten geven, ook bij de middagmaaltijd. Na het ontbijt ging ik helpen bij de fysiotherapie. Er waren allerlei apparaten om mensen te helpen staan, om te kunnen fietsen, enzovoort.
Mensen in Israël worden ouder dan bij ons. Er wonen hier nog veel holocaustoverlevenden. Chai, leven, staat bij hen hoog in het vaandel. Euthanasie is verboden en sterven door niet te eten en te drinken moet vooraf worden vastgelegd. Ik zag hier dus mensen in een andere toestand dan wat ik in Nederland meemaak.
Gelukkig had ik tussendoor ook wat tijd voor persoonlijk contact. Zelf vond ik dit eigenlijk het belangrijkst; er ontstonden heel waardevolle contacten. Ook ging ik soms met mensen naar buiten. Daar was het personeel in het geheel niet op gericht, zelfs niet als de zon scheen. Ik maakte mensen daar echt blij mee.
En toen kwam de oorlog. De verpleegafdelingen waren veilige ruimtes. Daar konden we gewoon ons werk doen. Daarbuiten moesten we vaak naar de schuilkelder. Dat zorgde voor veel onrust en leidde tot slaaptekort. Tijdens de oorlog vierden we het Poerimfeest. We verkleedden ons een beetje, er werd muziek gemaakt en we aten door de bewoners zelfgemaakte hamansoren, echt vreugde. ’s Middags werd op de verpleegafdeling de hele rol Esther voorgelezen. Telkens als de naam Haman daarin voorkwam, maakten we kabaal met ratels. De meeste Israëlieten staan achter deze oorlog. Even geen politiek geharrewar. Alleen: voor veel ouderen is het de zevende oorlog in hun leven; ze zijn het wel moe.
Door de oorlog kon ik er maar anderhalve maand zijn in plaats van drie maanden, wat zeker jammer was. Maar ik ben er ongetwijfeld tot hoop, troost en zegen geweest, en dat is het belangrijkste. Daar kwam ik immers voor. Dankbaar dus dat ik deze kans kreeg.