Het aantal vluchtelingen wereldwijd is nog nooit zo hoog geweest als in onze tijd. Schattingen gaan uit van het schokkende getal van meer dan 50 miljoen mensen. Een groot aantal daarvan bevindt zich in het Midden-Oosten. Landen als Jordanië, Turkije en Libanon hebben enorme aantallen mensen opgenomen. Vaak verblijven zij in erbarmelijke omstandigheden en is hun lot onzeker.
Het is verrassend om te lezen dat de Bijbel het eiland Cyprus noemt als een van de gebieden waar mensen naartoe vluchtten ten tijde van nood. Jona, die naar Ninevé moest besloot de andere kant op te gaan. In plaats van naar Tarsis had hij zomaar op een boot richting Cyprus kunnen zitten. In Jesaja 23 vers 12 klinkt de waarschuwing: je kunt wel naar Cyprus vluchten maar je zult er geen rust vinden.
Dat Cyprus een veilige haven was te midden van een roerige regio komt sterk naar voren in Handelingen 8 en 11. Na de dood van Stefanus breekt de vervolging van de eerste gelovigen los. Zij slaan op de vlucht en verspreiden zich in de wijde omgeving. Ze komen in Fenicië en Antiochië terecht (het gebied aan de oostkant van de Middellandse Zee) en ook op het eiland Cyprus.
Hier en daar vind je in het Nieuwe Testament een verwijzing naar het eiland: Jozef, de leviet die zijn bezit verkoopt en de opbrengst aan de armen geeft komt van Cyprus, in Caesarea verblijft Paulus in het huis van ene Mnason, een andere Cyprioot.
Toch gaat onze aandacht eerder uit naar de stad Antiochië. De stad is bekend vanwege het verblijf van Paulus en Barnabas. Zij zijn de grote mannen die de toenmalige wereld introkken om het evangelie bekend te maken. Hun eerste zendingsreis begint met een bezoek aan Cyprus; een Romeinse proconsul komt er tot geloof.
Opvallend genoeg begint het verhaal niet met hen. Handelingen 11:19 neemt ons mee naar de individuele gelovigen die op hun vlucht terechtkomen in Fenicië, Antiochië en op Cyprus en daar getuigen van Gods boodschap. Ze richten zich allereerst tot Joden, maar later ook tot Grieken. Dat laatste gebeurt met name in Antiochië en leidt ertoe dat in deze stad een gemeente ontstaat van mensen die voor het eerst christenen worden genoemd (11:26). Deze gemeente is volgens het boek Handelingen de vrucht van het werk van enkele Cyprioten en Cyreneeërs! Pas later komen Barnabas en Paulus in het vizier.
Dat is bijzonder als je bedenkt dat deze mensen de pijn van de verdrukking met zich mee zullen hebben gedragen. Het toevluchtsoord dat ze vonden was voor hen geen eindpunt, maar gaf hen kracht en moed om verder te gaan. Het mag ons niet ontgaan dat naamloze gelovigen vaak een grote rol hebben gespeeld bij de voortgang van het evangelie. Niet zelden hadden zij aan den lijve ervaren wat het is om vervolgd te worden omwille van hun Heer. In onze tijd is dat niet anders.