Zij hebben niet alleen mijn leven gered, maar ook dat van mijn ouders en broers

Regina Sluszny is een Joodse vrouw van 74 jaar. Ze neemt me mee naar de plek waar zij heeft gewoond als ondergedoken kind, naar Hemiksem in België. Haar verhaal ken ik al wel in grote lijnen, maar vandaag gaat het echt voor mij leven. Ze vertelt: ‘Het witte hoekhuis dat je daar ziet is het eerste onderduikadres van mijn ouders. Via kennissen zijn wij als gezin hier in Hemiksem bij familie Poldine terecht gekomen. Nu staan er allemaal huizen en garages rond het huis, maar die stonden er toen nog niet. Vanaf ons huis keek ik uit op de muur van het zogenaamde depot, een legerplaats van de Duitsers. Dat was maar zo’n 150 meter verderop.’ We wandelen naar de achterkant van het huis en kijken of we misschien iets meer kunnen zien van de achtertuin. ‘Het bruine huis naast ons eerste onderduikadres, was de kruidenierswinkel van Charel en Anna. Anna heeft me verteld dat ik als jong meisje het eten stal dat bedoeld was voor haar katten. Ik kroop door de schutting en nam het eten, dat daar op een bordje op de grond lag. De katten kregen hetzelfde eten als Anna klaarmaakte voor haar en haar man. Dat was lekker eten en wij hadden niet zoveel. In die tijd hadden we behalve geld ook zegeltjes nodig om aan eten te komen. Zegeltjes kreeg je als je officieel ingeschreven was. Mijn ouders waren ondergedoken en dus nergens meer ingeschreven. Ze moesten daarom op de zwarte markt aan eten komen en dat was duur. Nadat Anna ontdekte dat ik het eten van de katten opat, heeft ze ons steeds vaker eten toegestoken. Zo ontstond het eerste contact.’

Verraden

‘Charel was de spilfiguur van Hemiksem, hij kon lezen en schrijven en hielp iedereen. Op een dag werden mijn ouders verraden. De soldaten gingen naar de burgemeester om te zeggen dat ze later met de officier terug zouden komen om de Joden die bij Poldine ondergedoken zaten op te halen. Daarop stuurde de burgemeester zijn zoontje naar Charel met de boodschap: “Je moet die mensen waarschuwen want ik moet ze komen halen”. Dat heeft Charel gedaan. Mijn ouders moesten zo snel mogelijk weg. Toen zei Charel: “Laat de kleinste nog maar even hier bij ons. Als jullie een goede plek hebben gevonden, komen jullie haar halen”’.

Alleen Regina

‘Ik was 2,5 jaar, ik had blonde lange krullen, terwijl mijn twee broers van 5,5 en 9 jaar donkerzwart haar hadden. Zij waren herkenbaar als Joodse kinderen, maar ik zag er niet Joods uit. Het was voor Anna en Charel dus ‘geen gevaar’, tussen aanhalingstekens, om voor mij te zorgen, zolang niemand mij verraadde. Voor mijn ouders was het een hele opluchting, dat Anna en Charel tijdelijk voor mij wilden zorgen, want het was niet simpel om

met al hun spullen en hun kinderen weg te vluchten. Ze hebben me achtergelaten met het idee dat ze me zouden halen zodra ze een goede plek hadden gevonden. Een week, een maand misschien, maar ze hadden nooit gedacht dat het 3,5 jaar zou worden.’

Leven als ondergedoken kind

‘Ik weet eigenlijk weinig van de tijd dat ik ondergedoken zat, want ik was nog heel jong. Anna heeft altijd gezegd dat ik heel braaf was. Ik had geen speelgoed, want als je op de vlucht gaat denk je niet aan speelgoed voor je kinderen. Anna’s zus was een naaister. Van het afval van de patronen die ze sneed maakte ze voor mij een voddenpop. Dat was mijn speelgoed. Als ik nu droom, dan zie ik mijzelf schreeuwen en op de grond of tegen de muur slaan met die pop of ertegen stampen. Dus ik veronderstel dat dat mijn uitlaat was,

mijn manier om de frustratie te verwerken. Als Anna in de winkel moest helpen, dan moest ik achterblijven in de keuken en mezelf bezighouden. Ik kon niet altijd spelen met die pop, dus heeft Anna me leren haken en breien. Ik heb dat altijd heel graag gedaan. Ik ben eigenlijk heel gelukkig geweest.’

Longvliesontsteking

‘Iets dat ik me nog goed kan herinneren gebeurde toen ik een jaar of vijf was. Ik had longvliesontsteking en had hele hoge koorts. Ik wilde licht hebben in mijn kamer, maar het was al na tien uur ’s avonds en dan mocht er geen licht meer naar buiten schijnen. De ramen waren normaal gesproken afgeplakt of er waren overgordijnen, maar bij mijn kamer was dat niet zo, omdat ik altijd vroeg ging slapen. Toen Charel naar boven kwam om te zien

waarom ik zo huilde heeft hij het licht aangedaan. Een van de Duitse soldaten die op de muur van het depot lagen, heeft dat licht toen kapotgeschoten. Enkele minuten later stonden er soldaten met een officier aan de deur om te controleren waarom Charel de wet had overtreden. Voor zoiets kleins konden mensen worden opgepakt en nooit meer terugkomen. We hebben toen veel geluk gehad. De officier vroeg Charel of hij nog een peertje had en heeft die er toen zelf ingedraaid. Ik mocht licht hebben!’

Hemiksem bevrijdt

‘Toen de Canadezen Hemiksem hebben bevrijdt, zat ik op het stoepje voor onze deur. Alle kinderen liepen naar het station en ik moet met hen meegelopen zijn. Toen Charel ontdekte dat ik niet meer voor de deur zat is hij naar het station gefietst en heeft me opgehaald. Daar zijn nog twee schoten gelost door Duitse soldaten die zich ergens hadden verstopt. Ze hebben gelukkig niemand geraakt. Charel en ik zijn samen met de anderen de Canadezen tegemoet gefietst.’ We wandelen naar de Depotstraat. Een smalle straat, met aan het eind nog steeds zicht op het depotgebouw. ‘Na de bevrijding hebben de mensen het depot volledig leeggehaald. Ze gebruikten houten wagens om alles mee te nemen, stoelen, tafels, bedden. Dat was indrukwekkend, want het is een hele smalle straat. Ik kan me nog heel goed herinneren hoe vol de straat was.’

Na de oorlog

‘Tijdens de oorlog heeft Charel mijn ouders telkens opgezocht en ze eten gegeven. Hij heeft dus niet alleen mijn leven gered, maar ook dat van mijn ouders en broers. Doordat hij wist waar mijn ouders waren toen de oorlog voorbij was, kon ik snel weer naar huis. Maar ik had al een ander thuis! Van een vrij kind werd ik plots een strikt orthodox-joods kind. Die verandering was enorm. Ik ben Charel en Anna wel blijven zien. Ieder weekend ging ik naar hen toe. Zij hebben later een nieuw huis gebouwd en zonder dat ik het wist werd dat

mijn erfenis.’

Ik vond het bijzonder om het verhaal van Regina te horen en de plek te zien waar zij de oorlogsjaren heeft doorgebracht. Ik ben blij dat ik mee mag helpen haar verhaal te verspreiden en zo misschien zelfs de toekomst een beetje te veranderen.

Andere berichten

Nieuwe podcast met Elìa Bazuin

Nieuwe podcast met Elìa Bazuin! In deze aflevering vertelt Elia Bazuin hoe het is om als 19-jarige een jaar in...
Ga naar Nieuwe podcast met Elìa Bazuin

In Memoriam – Maggie Evans en Emmie Bakker

In korte tijd hebben we afscheid moeten nemen van twee dierbare oud-NEM'ers. Maggie Evans kwam op 28 januari om het leven...
Ga naar In Memoriam – Maggie Evans en Emmie Bakker

Uit de boekenkast: Nieuwe hoop op vrede door Tass Saada en Emanuel Shahaf

Door: Lourens Geuze – Predikant in de PKN en Teamleider Midden-Oosten bij Near East Ministry. In 2025 hebben we onze...
Ga naar Uit de boekenkast: Nieuwe hoop op vrede door Tass Saada en Emanuel Shahaf

Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?  

Uit het boek: 40 vragen van Jezus die uitdagen, van Marien Kollenstaart*. Matteüs 27:46 FAQ Dit is Jezus’ allerlaatste vraag...
Ga naar Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?  
Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.