30 november 2015
Reformatie niet afgelopen
door Alfred Muller in Jeruzalem
Bijbellezen, bidden en praten over de grote schat die je hebt gevonden. Het hoorde er allemaal bij in de opwekkingsbewegingen die de geschiedenis heeft gekend. Ze zouden de zending en daarmee de groei van de kerk wereldwijd stimuleren. Maar daar bleef het niet bij.
Velen namelijk die de Bijbel opensloegen kregen oog voor het volk Israël. Ze keerden zich af van de gedachte dat de kerk in de plaats van Israël gekomen zou zijn – de zogeheten vervangingstheologie. Ze geloofden dat de Joden naar het land van hun voorvaderen zouden terugkeren.
Zo stelden in de 16e en 17e eeuw de Engelse puriteinen dat God zijn liefde voor het Joodse volk niet had opgegeven. Twee Engelse puriteinen, Joanna Cartwright en haar zoon Ebenezer schreven in 1649 in een brief aan het Engelse parlement, dat de tijd was aangebroken voor de terugkeer van de Joden naar het land Israël. In 1660 – na het herstel van de Britse monarchie – mochten de Joden zich ook weer in Engeland vestigen. Koning Edward had hen in 1290 verbannen nadat ze al waren vervolgd.
Een soortgelijk ontwaken deed zich voor op het vasteland van Europa. De ‘vader’ van de piëtistische beweging, Philipp Jakob Spener (1635-1705), geloofde in de toekomstige bekering van het Joodse volk. Graaf Nicholas von Zinzendorf (1700-1760) bood in 1730 vervolgde Moravische christenen een schuilplaats in de kolonie Herrnhut. De Moravische christenen en Hernhutters namen een positieve houding aan tegenover de Joden.
Napoleon
De aandacht voor het herstel van de Joden in hun oude thuisland begon in de 19e eeuw in een stroomversnelling te komen. De Franse Revolutie van 1789 deed Europa namelijk op zijn grondvesten schudden. Bezorgde Britse christenen stroomden naar de kerken. Ze zochten in de Bijbel naar antwoorden. Zou zijn terugkomst niet plaatsvinden in een tijd van oorlogen en geruchten van oorlogen?
Britse christenen lazen eveneens over de wederkeer van de Joden. Ze dachten dat ze zich massaal zouden bekeren. Maar dat zou niet vanzelf gaan. Joseph Frey, die beïnvloed was door de Duitse piëtisten en de Moraviërs, richtte in1809 een organisatie op voor evangelieprediking onder het Joodse volk.
De Anglicaanse kerk zond in 1842 een bisschop naar Jeruzalem, Michael Solomon Alexander (1799-1845). Omstreeks de tijd dat hij aan een hartaanval stierf, gaf de Turkse sultan toestemming voor de bouw van een ‘plaats van aanbidding’. Alexanders opvolger, bisschop Samuel Gobat (1179-1879), wijdde vervolgens in 1849 deze eerste protestantse kerk in het Midden-Oosten, Christ Church, in. Daaruit kwamen weer andere kerken en gemeenten voort, evenals educatief werk en medische instellingen. Deze kerk vormt tot op de dag van vandaag een centrum dat bruist van activiteiten.
Ook in Nederland begonnen protestanten zich te interesseren voor het nationale herstel van de Joden. Een van de bekendste figuren is Wilhelmus à Brakel (1635-1711). Hij behoorde tot een van de leiders van de ‘Nadere Reformatie’. Deze gelovigen waren ervan overtuigd dat ze de rechte leer moesten belijden en de heiliging en persoonlijke omgang met God in de praktijk moesten brengen. ‘Vader à Brakel’ hield het verschil tussen de Joodse natie en de kerk in het oog. Hij geloofde dat God met de Joden bleef handelen. Hij dacht ook dat zij weer in het land van hun voorvaderen zouden wonen. Hij riep op voor hen te bidden.
Ook tijdens het Reveil in de 19e eeuw bestond aandacht voor de Joden. Deze opwekkingsbeweging was een reactie op de lauwe verkondiging vanaf de preekstoel. Aanhangers van het Reveil legden de nadruk op het persoonlijk geloof en praktisch christendom. De gedachte gaf een stimulans aan het christelijk maatschappelijk werk, zoals bleek bij de in 1855 opgerichte organisatie Tot Heil des Volks in Amsterdam.
NEM en Reveil
De NEM heeft, met de nadruk op het persoonlijk geloofsleven en de rol van Israël, een band met het gedachtengoed van het Reveil vastgehouden. In september 1963 schreef Jan Willem van der Hoeven: ‘Ik zie het Reveil in Nederland in verband met een bijzondere opdracht ten aanzien van de kinderen van Abraham. Hier in Nederland moet het vuur gaan oplaaien, zodat het kan overslaan naar het Nabije Oosten. Wij moeten een brug slaan, ons inzetten voor een kerkelijk reveil en ons stellen achter de christenen van het Nabije Oosten.’
De NEM stelde dat haar werk, het Interkerkelijk Reveil en de dienst aan Israël gebaseerd zijn op het geloof dat Nederland, indien opgewekt tot ‘een waarachtig geloof in Jezus Christus, de Messias van Israël, zal weten een nationale roeping te hebben voor Jood en Arabier, de kinderen van Abraham, het Nabije Oosten.’
De nieuwsbrieven van Van der Hoeven gingen over de vele reizen door het hele Midden-Oosten. Overal werden opwerkingssamenkomsten gehouden. De band met het Reveil kwam ook tot uiting in de Reveilweken, die hij startte.
De NEM stelde dat het werk een dienend karakter moest hebben. Het mocht niet remmend werken op het werk van christenen in het Midden-Oosten. De bedoeling was dat de christenen die door de NEM naar het Midden-Oosten zouden worden uitgezonden, de gemeenten daar zouden steunen en bemoedigen.
Olijfberg
In september 1965 schreef Van der Hoeven dat hij naar een centrum op de Olijfberg zou gaan, tegenover de Oude Stad van Jeruzalem. Zowel de Olijfberg als de Oude Stad stonden toen nog onder Jordaans bestuur. In de Zesdaagse Oorlog van 1967 kwam de Olijfberg onder Israëls bestuur toen Israël de stad herenigde. Zo kwam Israël duidelijker in beeld. Inmiddels woonden ook barones Elisabeth van Heemstra en Greet Breunese, ook bekend als ‘de tantes’, in het huis op de Olijfberg. Ze kwamen dus in Israël te wonen zonder te verhuizen.
De NEM legde dus de verbinding tussen geloofsvernieuwing en visie voor Israël. Deze verbinding is logisch: gelovigen die de Heer liefhebben, zullen ook de Schrift liefhebben. Daarin lezen zij over Israël. Sommigen zullen tegenwerpen dat het Israël van de Bijbel niet hetzelfde is als het Israël nu. Vanzelf, het Nederland van de 16e eeuw is ook niet als Nederland nu. Toch is er een lijn te trekken vanuit het verleden naar het heden. Het volk dat God zich verkoos, blijft zijn volk. De staat Israël is de politieke exponent, die de bloei en veiligheid van het volk in het land van de voorvaderen mogelijk maakt.
Jaren verder
Inmiddels zijn we vele jaren verder. Bij de NEM zien we overeenkomsten en verschillen met vroegere vernieuwingsbewegingen en nu.
Overeenkomsten zijn de nadruk op persoonlijke bekering, de wandel met de Heer en de nadruk op de Bijbel en het geloof in de terugkeer van de Joden naar het land van de voorvaderen. Maar er zijn ook verschillen.
De verschillen blijken niet alleen bij de NEM, maar ook bij tal van andere organisaties. De nadruk ligt vandaag op het getuigen van de liefde van Jezus door daden. De gelovige is daarbij te allen tijde bereid rekenschap af te leggen van wat hem of haar beweegt. Verder hebben sommige organisaties naast Gods weg met Israël ook oog gekregen voor zijn plannen met de Arabische wereld. Dat gebeurde mede op grond van Jesaja 19, waar gesproken wordt over de heerbaan tussen Assyrië, Israël en Egypte.
Vernieuwing voortgezet
Wat is er terecht gekomen van de opwekking in Nederland en het Midden-Oosten waar de grondleggers van de NEM naar verlangden? In Nederland heeft de vernieuwing zich voortgezet – ondanks de voortschrijdende secularisatie. Bij velen is door geloofsvernieuwing liefde voor Israël en belangstelling voor het Jodendom ontstaan. De NEM begon met onderwijs over de Joodse feesten. Zonder kennis van het Jodendom is het verstaan van de Bijbel niet goed mogelijk.
In het Midden-Oosten lijken we vooral vervolging te zien. De kerk staat onder zware druk, met name in Syrië en Irak, maar ook elders in de Arabische wereld heeft de kerk het allesbehalve gemakkelijk.
Toch is dat niet het hele verhaal. In Israël zijn bloeiende Messiaans-Joodse gemeenten en groepen ontstaan. Hoeveel gelovigen (zowel Joodse als niet-Joodse) daar heengaan is niet bekend, maar Messiaans-Joodse leiders schatten tussen de 10.000 en 15.000. Verder zijn er tal van berichten over groeiende aantallen MMB’ers (Muslim Background Believers of gelovigen met een moslim achtergrond). Ze kwamen vaak tot geloof nadat Jezus aan hen verscheen in dromen.
Reformatie en Israël
Ook is de vernieuwing alles behalve afgelopen. Het thema van de christelijke viering van het Loofhuttenfeest, die elk jaar door de Internationale Christelijke Ambassade van Jeruzalem wordt georganiseerd, luidde dit jaar ‘Reformatie’.
De komende Reformatie heeft te maken met Israël. In het verleden hadden de meeste kerken geen oog voor Israël of het Joodse volk. Dat is nu aan het veranderen. Leiders die de vervangingsleer aanhangen hebben hun opleidingen gehad op de theologische instituten in Europa, Amerika en de Arabische wereld. Elders op de wereld is deze on-Bijbelse lering aan het verdwijnen.
‘Er moet een reformatie komen die de kerk opnieuw verbindt met de Joodse wortels, net zoals de kerk weer visie kreeg voor wereldzending’, schreef de woordvoerder van de Christelijke Ambassade, David Parsons, in het programmaboekje van het Loofhuttenfeest dit jaar. ‘We kunnen het ons niet langer permitteren Israël te negeren.’
Beknopte literatuurverwijzing:
Brienen, T. De Nadere Reformatie en het Jodendom, de Visies van de ‘Oude Schrijvers’ op Israël. Kampen, J.H.Kok, 1980
Crombie, Kelvin. Restoring Israel : 200 Years of the CMJ Story. Jerusalem, Nicolayson’s, 2008.
Goudswaard, Herman. 35 jaar Near East Ministry, 1963-1998. Voortuinen, NEM, 2008.
Ong, Rebecca. Licht op de Olijfberg : Het verhaal van de Twee Tantes. Voortuinen; NEM, 2008.
Dit artikel is verschenen in het NEMagazine van november 2015. Wil je ook het NEMagazine circa 4x per jaar (gratis) thuis ontvangen? Stuur dan een mail naar info@nemnieuws met je naw gegevens of meld je hier online aan.