Bijbelstudie door Ruth Penning
17 september 2015
Van alle zaligsprekingen (Matteus 5:3-10) lijken bovenstaande woorden misschien wel het meest onlogisch. Gelukkig zijn en treuren dat gaat toch niet samen? En al helemaal niet als je ‘gelukkig zijn’ ziet als ‘alles hebben waar je naar verlangt op het moment dat jij het wilt.’ Blijkbaar gaat het gelukkig zijn in de Bijbel over een rijkdom die een laag dieper zit dan onze uiterlijke omstandigheden. Jezus zegt het hier zo: ‘Gelukkig de treurenden, want zij worden getroost.’ Het gelukkig zijn zit hem niet in het treuren, maar in wat er gaat gebeuren met mensen die treuren, er komt troost. Toch blijft het een lastige uitspraak. Er lijkt geen einde te komen aan het kleine en grote verdriet dat ieder mens te dragen heeft. Worden wij allemaal getroost? Zijn wij allemaal ‘gelukkig’ te noemen? En komt die troost en dat gelukkig zijn nú of is dat iets voor de toekomst?
De afgelopen tijd werd me duidelijk dat je op verschillende manieren als ’treurende’ nu al troost kunt ervaren. Ik las het voorbeeld van vier rabbijnen die bij Jeruzalem aankomen en zien hoe de tempel er verwoest bij ligt. Ze zagen zelfs een vos uit het Heilige der Heiligen komen. Drie rabbijnen worden verdrietig, maar de vierde lacht. De drie vragen hem om uitleg. Hij vertelt hoe hij blij is omdat hij nu zeker weet dat God zijn belofte gaat houden. Net zoals God door de profeten heeft gezegd dat de verwoesting zal komen (en dat is gebeurd) zullen dus ook de woorden van de profeten over het herstel van Jeruzalem werkelijkheid worden. We kunnen getroost worden in verdriet omdat God beloftes heeft gegeven van herstel in de toekomst. Gelukkig ben je wanneer je je in verdriet vasthoudt aan Gods beloftes.
De zaligsprekingen kun je ook lezen als een spiegel die ons wordt voorgehouden. Dit is het leven zoals Jezus het bedoeld heeft. Heeft Jezus bedoeld dat wij treurig zijn? Op een bepaalde manier wel. In het koninkrijk van God leer je om verdrietig te zijn om wat God verdrietig maakt. Verdriet om wat in ons leven, in het leven van onze gemeenschap, zo ingaat tegen Gods liefde en waarheid. Dit is het soort verdriet waarin God wil troosten. Het is verdriet waardoor Hij een ommekeer in ons leven wil brengen. Paulus beschrijft deze troost bijvoorbeeld in 2 Korintiërs 7:10. Gelukkig ben je wanneer jouw leven en dat van je gemeenschap door verdriet heen meer wordt zoals God het heeft bedoeld.
In diezelfde brief beschrijft Paulus nog een ander soort verdriet. Het heeft alles te maken met tegenspoed, lijden in het dagelijks leven. Niet als gevolg van je eigen zonden, maar als gevolg van het leven in deze wereld. Ook daarin laat God zijn nabijheid zien. 2 Kor.1:3-4 (NBG): ‘De God aller vertroosting, die ons troost in al onze druk, zodat wij hen, die in allerlei druk zijn, troosten kunnen met de troost, waarmede wijzelf door God vertroost worden.’ Juist in moeilijke omstandigheden kun je op een hele bijzondere manier God als de Trooster leren kennen. En er komt een kettingreactie. Troost van God is blijkbaar iets wat je door kunt geven. In verdriet, in situaties waarin we onder druk staan, kunnen we veel voor elkaar betekenen. De ander troosten is een opdracht die we al tegen komen in het Oude Testament. Zoals in de beroemde woorden van Jesaja 40:1 ‘Troost, troost mijn volk.’ Deze woorden hebben tot de dag van vandaag mensen in beweging gebracht om Israël te troosten. Gelukkig ben je wanneer je in je verdriet troost mag ontvangen en het ook mag doorgeven aan anderen!