Chana is uitgezonden door Near East Ministry en woont al twintig jaar in Israël. We stelden haar tien vragen over dienen en haar wel en wee.
Je woont al heel lang in Israël. Wat heeft je ertoe gebracht om daarheen te gaan?
Ik woon nu 21 jaar in Israël. Toen ik 6 jaar was zag ik de berechting van Adolf Eichmann op de televisie, hetgeen een diepe indruk op mij heeft gemaakt. Vooral de emotionele reacties van de Joden in de rechtszaal staan nog op mijn netvlies gegrift. Ik heb van jongs af aan altijd iets met het Joodse volk gehad, maar toen had ik Israël nog helemaal niet in het vizier.
Kun je iets vertellen over de beginperiode? Heb je eerst taalstudie gedaan?
Ik ben op 25 augustus 1998 aangekomen en op 26 augustus ben ik begonnen met werken. Ik heb niet veel aan taalstudie gedaan omdat ik daar geen geld voor had. Ik deed zo af een toe een paar weken Ulpan (school om de Hebreeuwse taal te leren) en ik heb het geleerde gelijk in de praktijk geoefend, ik was niet bang om fouten te maken en de Israëli’s verbeterden mij wel. I
Wat heb je al die jaren mogen doen en waar mag je momenteel dienstbaar zijn?
Op heel veel verschillende plekken heb ik mogen dienen: de Coffeeshop van Christ Church; Elwyn, een instelling voor kinderen met meervoudige beperkingen; Elah, begeleiding van overlevenden van de Holocaust en nu werk ik ook bij Hostel Kotev, begeleiding van mensen met psychiatrische stoornissen.
Als NEM sturen we mensen uit die onvoorwaardelijk willen dienen. Hoe breng jij dat in de praktijk? Kun je iets vertellen over hoe God daarin werkt?
Van alles pakte ik aan. Ik ben nogal een recht door zee type, de mensen weten snel wat ze aan mij hebben. Door de jaren heen merk ik dat de mensen hier het waarderen. Laten zien wie je bent en wat je voor de mensen kan betekenen. Ik ben ook altijd mijzelf, de mensen komen vanzelf wel met vragen. Ik duw hen het Evangelie niet door de strot, dat is al te vaak gebeurd. Ik ben open over mijn geloof, dat kan en daar kunnen we dan hele discussies over hebben. Maar we laten elkaar vooral in onze waarde!
Voel je je thuis in Jeruzalem?
Ik maak veel mee, het lachen en huilen ligt hier op straat. Een busrit in Jeruzalem is altijd een belevenis. Ik houd van het straatleven hier. Ik kom ook graag op de Mahane Yehuda, de Joodse markt. Heerlijk vind ik dat.

Om mijn roeping te volgen was een proces, maar zo door de tijd heen weet ik waar ik voor sta en wat mijn plek mag zijn. Wat ik ervaar is dat er tussen joden en christenen (uit de heidenen, de gojiem) nog een grote afstand is, onbegrip eigenlijk. Onze voorganger Joseph Shulam zei laatst nog: “De christenen zeggen dat de sluier voor de ogen van de joden weggehaald moet worden. Maar de Perzisch dikke tapijten moeten nog voor de ogen van de christenen
Hoe houd je het vol en hoe ontspan je?
Ik houd het vol omdat ik van het leven hier houd. Ik hou van de mensen en als ik moe ben rust ik een aantal dagen uit. En ik houd van muziek, blues en jazz. Aretha Franklin is mijn grote voorbeeld, niet alleen omdat ze zo goed zong, maar ook om de persoon wie ze was. De laatste tijd zwem ik vrij veel en ik maak mij niet meer zo druk om alles. Ik geniet van wat God mij geeft en hoe Hij voor mij zorgt in alle opzichten.
Heb je ook een gemeente in Jeruzalem waar je bij hoort?
Ik ga naar de Netivyah-gemeente waar Joseph Shulam de oprichter van is. Het is een Messias-belijdende gemeente waarvan de kernleden zelf Joods / Israëlisch zijn. Wij houden ons aan de Joodse gebruiken en feesten en er wordt vanuit de Joodse grondbeginselen gedacht. Een Jood is een Jood en ondanks dat ze door de eeuwen heen zoveel ellende over zich heen hebben gekregen, tot op de dag van vandaag, verloochenen zij zichzelf niet om geaccepteerd te worden. Daar kan ik helemaal in mee gaan. Het is een kleine gemeente en dit jaar bestaat Netivyah veertig jaar.
Je bent door je kerkelijke gemeente in Oldebroek uitgezonden. Is het na ruim 20 jaar nog steeds mogelijk om het contact met je achterban levendig te houden?
Ja, ik heb door al die jaren heen een heel goed contact met deze lieve mensen, die mij door dik en dun altijd hebben gesteund. Ook met mijn TFC, we hebben regelmatig contact via de mail, skype of telefoon. Het zijn een stel gouden mensen.
Als NEM zoeken we mensen, jong en oud, om een tijd van hun leven te geven om te gaan dienen in het Midden-Oosten. Wat zou je geïnteresseerde kandidaten willen meegeven om hen te helpen deze stap te zetten?
‘Trust in God!’ Bidt ervoor, neem de stap en probeer los te laten, niets is zeker in het leven. Alleen God. Hij laat niet los.
Regiogebedsgroep
Jennie Jaspers Focks zit in de regiogebedsgroep die aan Chana is verbonden. Jennie: “Als ze in Nederland is, ontmoeten we elkaar. We houden regelmatig contact en zij stuurt ons haar gebedspunten door. Het is waardevol om te horen wat dat uitwerkt, zoals die keer dat Chana om gebed vroeg en ‘s avonds zo’n rust ervoer over de lastige situatie waar zij in zat.”
TFC-lid Anita den Hengst over Chana
Als TFC van Chana komen we regelmatig bij elkaar om praktische zaken rondom haar uitzending te bespreken maar ook voor gezellig bijkletsen en gebed! Zelf ben ik ongeveer twintig jaar betrokken bij Chana’s werk in Jeruzalem. We hebben Chana door mooie maar ook door moeilijke periodes heen mogen begeleiden. In die jaren is Chana gegroeid in haar geloof en vertrouwen op Hem die haar geroepen heeft. En ook wij als haar TFC doen wat we kunnen, in afhankelijkheid van Hem!
Hostel Kotev
Hostel Kotev is gevestigd in Jeruzalem. Er wonen zo’n dertig bewoners tussen de 20 en 70 jaar die worstelen met verschillende psychische klachten, maar de meesten zijn stabiel door medicijnen. Doel is dat elke bewoner leert omgaan met zijn/haar ziekte/beperking en hun eigen emoties. Lees meer over deze bijzondere werkplek.
Dit artikel schreef Alice Jonkers voor het NEM magazine met als thema ‘Dienen’.