Door Petra
25 november 2014
Een van de werkterreinen waar de NEM zowel in Israël als in de omliggende landen op is gericht is ouderenzorg. Een van de werkers stond veertien jaar geleden aan de oorsprong van een verpleeghuis in Egypte. In dit artikel kijkt Petra terug op de achterliggende jaren.
Eenzaam en hulpbehoevend
Je zult maar oud en hulpbehoevend zijn. Je woont alleen en er is niemand in je naaste omgeving of familie die voor je kan of wil zorgen. Je komt steeds moeilijker je bed uit. Zelf voor je eten en drinken zorgen gaat haast niet meer. Op het laatst lig je in bed, helemaal alleen en er is niemand… Dat was het geval met mevrouw Alice. Ruim in de negentig was ze en hulpbehoevend. Slechts een neef kwam af en toe wat eten brengen. Toen ik haar ontmoette was ze zeer verzwakt door ondervoeding en uitdroging en zat ze onder de doorligwonden. Tegelijkertijd ontmoette ik mevrouw Wadia. Zij was zelfs opgenomen in een ziekenhuis vanwege uitdroging. Toen ze was aangesterkt wilde haar familie haar niet meer in huis nemen!
Je verwacht dit soort voorvallen niet in een maatschappij die zo op familiebanden gericht is en waar men zegt dat het een schande is om je vader of moeder ‘weg te stoppen’ in een verpleeghuis. Maar net zoals in het Westen komt ouderdom ook hier met gebreken. Niet iedereen heeft kinderen en als die er wel zijn kunnen zij ook niet altijd de zorg op zich nemen.
Een huis om te dienen
Nadat ik mevrouw Alice en mevrouw Wadia leerde kennen wist ik het zeker: dit mag niet gebeuren. Wie zijn leven lang hard heeft gewerkt en zijn aandeel aan de maatschappij heeft geleverd, mag niet aan het eind daarvan eenzaam wegkwijnen. Zo ontstond het idee om een huis op te richten waar 24 uurs zorg zou worden gegeven. Maar waar begin je dan? Er was geen geld en geen plek. Een christelijke organisatie was gelukkig bereid om zo’n project te beginnen, maar hoe en waar? Op wonderlijke wijze werden we attent gemaakt op een leegstaande etage met acht kamers die elk een eigen douche en toilet hadden. Elke kamer was groot genoeg voor twee bedden; er was daardoor ruimte voor twaalf bewoners.
Het pand was ooit door een voorganger gebouwd, die via een droom van de Heer had begrepen dat er veel mensen gediend zouden worden in het gebouw. De voorganger dacht zelf aan een huis voor gepensioneerde voorgangers, totdat onze arts hem het idee van een verzorgingshuis voorlegde. Hij zei meteen ja!
De hele verdieping stond vol met afval. Voor het opruimen daarvan was geen geld. Maar, iemand wilde de kosten betalen. Voordat ik het doorhad was alles geregeld: keuken, bedden, beddengoed, ventilatoren, nieuwe vloeren. In november 2000 openden we onze deuren. Omdat we niet voldoende personeel hadden en nog niet alle kamers klaar waren besloten we elke drie maanden vier nieuwe bewoners te ontvangen. De vraag was zo groot, dat al na vier maanden alle twaalf bedden bezet waren! De aanvragen bleven binnenkomen. Toen we de mogelijkheid kregen een extra verdieping te bouwen grepen we die kans met beide handen aan en kwamen er nog eens 13 bedden bij.
Barmhartigheid
We zijn nu 14 jaar verder. De bedden zijn continue bezet, er zijn al heel wat ouderen verzorgd. De bewoners zijn allemaal hulpbehoevend. Dat was de opzet vanaf het begin: we willen barmhartigheid betonen aan diegenen voor wie niemand zorgt. Er zijn wel instellingen voor ouderen in Egypte, maar daar wordt geen zorg gegeven of enkel overdag, ’s nachts worden de hulpbehoevende ouderen aan hun lot overgelaten. Wij bieden niet alleen hulp aan ouderen, maar ontlasten ook de families. Daarnaast schept het verpleeghuis werkgelegenheid. Jongeren krijgen een opleiding tot verzorger, er is personeel nodig voor het schoonmaken en in de keuken. Omdat niet al het personeel hier vandaan komt, kunnen jongens en meisjes van verder weg intern wonen. Kortom, van helemaal niets is het huis uitgegroeid tot een compleet functionerend verpleeghuis voor ouderen.
Dat betekent niet dat het altijd even makkelijk is geweest. Nog steeds moeten we opboksen tegen het imago dat ouderen die hier wonen niets waard zijn en weggedaan zijn door hun families. Zelfs onder verzorgers leeft dat idee soms. Het valt niet mee om het personeel te motiveren voor dit werk. De meesten van hen doen dit werk vanwege het inkomen dat ze verdienen en niet omdat ze het leuk of interessant vinden. Ook zijn er financiële zorgen. De maandelijkse bijdrage van de bewoners is bij lange na niet genoeg voor de lopende kosten zoals eten, drinken, reparaties en salarissen. Toch kan het werk doorgaan. Elke keer ervaar ik weer de trouw van God en besef ik dat Hij niet loslaat het werk dat zijn hand begonnen is.