Heleen en Debora kennen elkaar nu ruim drie maanden. Sinds september wonen en werken ze in Ofakim in de Negev-woestijn. Daar werken ze als vrijwilliger bij stichting Aleh, een organisatie die zich inzet voor mensen met een beperking. De doelgroep is divers, van baby tot jongvolwassene en van licht verstandelijk beperkt tot meervoudig beperkt. Heleen en Debora zijn vrijwilligers bij Aleh-Negev, een zorglocatie die fungeert als dorp.
Waarom ben je Baanbreker geworden?
Heleen: Na het behalen van mijn diploma als persoonlijk begeleider in de gehandicaptenzorg, heb ik een jaar gewerkt op een woonvorm, waar ik eerder stage liep. Toch wilde ik me nog niet vastleggen. Ik had altijd al het idee om een langere tijd in het buitenland te zijn, in een andere cultuur en omgeving. Maar ik wilde wel wat met mijn diploma doen. Zo ben ik mij gaan oriënteren, kwam bij Aleh uit en ben ik uitgezonden via de NEM. Van het één kwam het ander. Ik vond de aanloop erg snel gaan, voor ik het wist zat ik in het vliegtuig en nu ben ik alweer twee maanden hier.
Debora: Toen ik in het eindexamenjaar zat dacht ik na over de periode na de middelbare school. Ik vroeg God: ‘Wat wilt U dat ik volgend jaar ga doen?’ In februari 2019 bezocht ik Israël en merkte dat ik het land en de bevolking in mijn hart sloot. Via de digitale nieuwsbrief van de NEM las ik de vacature en dat leek me wel wat. Tegelijkertijd vroeg ik me af: ‘Ben ik wel geschikt?’, want ik heb weinig kennis van en ervaringen met gehandicapten. Toch besloot ik om het te gaan doen en met God op avontuur te gaan en van Gods liefde te getuigen in de vorm van dienen. Tijdens een informatieavond kwam ik Heleen tegen die ook wilde gaan. Zodoende zijn we samen uitgezonden.
Hoe ziet je vrijwilligerswerk eruit?
Heleen: Een werkdag bestaat uit een ochtend- of avonddienst. ’s Ochtends help ik bij het ontbijt van een man, terwijl andere bewoners een douchbeurt krijgen. Vervolgens help ik de schone bewoners met het aantrekken van de sokken en schoenen. Hierna geef ik ze ontbijt en daarna breng ik de bewoners naar de dagbesteding, een paar huizen verderop.
In de avond is een vergelijkbaar programma.
Debora: Ik pak de mountainbike en fiets naar het opvanghuis. Rond acht uur arriveert de chauffeur met vier tot zes 2-3 jarigen. Ik help de peutertjes met het eten geven en het spelen in de verschillende speelbakken. Ik ben een extra hulp en help met liefde geven. Na het middagslaapje kleed ik de kinderen aan en worden ze opgehaald.
Hoe is het om te dienen?
Heleen: Mijn beroepskeuze is een dienend beroep en dat heb ik me tijdens de opleiding toegeëigend. Toch is het nu anders, omdat het onbetaald werk is in een andere omgeving. Ik dien door een glimlach uit de cliënten te krijgen, door klaar te staan voor mijn collega’s en mezelf op de tweede plek te zetten. Ik vind het niet erg om ook eens wat schoonmaakwerk of andere werkzaamheden te doen.
Debora: Ik ben iemand die klaar staat voor anderen en graag zorgt. Het is hier wel een beetje lastiger omdat ik geen Hebreeuws spreek en de leidinggevende weinig Engels. Dienen is des te meer wat je doet, hoe je meeleeft en hoe je bent. Dat heeft impact op je omgeving. Je geeft veel aan de kinderen die weinig hebben. Een lach, knuffel of aai over de bol. De glinsterende oogjes zijn dan een waardevol ‘dankjewel’.
Dienen is soms ook lastig toch?
Heleen: Ik ben een persoon dat prima functioneert op de achtergrond. Ik weet dat je niet meer of minder bent dan iemand anders. Dat maakt het voor mij makkelijker om te dienen. Het grootste nadeel is dat ik thuis voor een langere tijd achterlaat en niet mijn vrienden en familie zie. Mijn kleine neefje en nichtje zie ik voor een langere periode niet. Toch krijg je er aan de andere kant veel voor terug.
Debora: Het dagritme is vaak hetzelfde, daar zit voor mij een uitdaging. Bij de gehandicapte kinderen is weinig progressie te zien. Mijn taak hier is belangrijk, maar zal waarschijnlijk geen grote blijvende impact hebben op de prille levens. Als het even tegenzit en het lijkt of ik overbodig ben, dan vraag ik me weleens af ‘Waarom doe ik dit?’ Maar juist in de kleine dingen realiseer ik me waarom ik het doe. Als ze later m’n hand vastpakken, naar me toe kruipen of op schoot willen zitten.
Welke dien-ervaring wil je meegeven aan de lezers?
Heleen: Wat mij helpt is: Leef met de dag zoals Jezus verwoordt in Mattheus 6:34. Geen zorgen voor de dag van morgen. Dat probeer ik uit te leven en helpt me om voor mijn omgeving klaar te staan.
Debora: Ineens zijn er veel veranderingen in je leven omdat je hier woont en werkt. Dat kost veel energie en is soms een rollercoaster. Wat mij helpt is om rust- en reflectiemomenten te creëren. En natuurlijk heel veel blijven bidden.
Heleen: IJsselmuiden, 24 jaar, MBO zorg afgerond en speelt gitaar. (streepjes trui)
Debora: Wageningen, 18 jaar, VMBO afgerond en danst graag. (rode trui)
Ook uitgezonden worden voor korte of lange termijn? Lees meer over uitzending door de NEM.
Dit artikel is verschenen in het NEM magazine met als thema ‘Dienen’ van november 2019.