Deze website maakt gebruik van functionele cookies. Klik hier voor meer informatie.
Akkoord
  1. *

    Gezichten en verhalen


    Afgelopen jaar zijn de volgende vijfentwintig BaanBrekers en BruggenBouwers biddend, lerend en dienend aanwezig geweest in Israël en de Arabische Landen. Lees hieronder hun verhalen en laat je inspireren!


    NEM kaartenactie treft doel

    20 mei 2021

    Blogs veldwerkers

    • *

    “Want wie veracht de dag van de kleine dingen...?” Zacharia 4:10


    Wat kunnen wij betekenen voor de mensen in Israel? Een vraag die maanden geleden door mensen in Nederland gesteld werd. Kaarten werden weken geleden geschreven: “Wij denken aan u en bidden voor u; dat u vreugde en kracht mag ontvangen in deze moeilijke tijd.” Zo beleefden we tenslotte onze beperkingen ten tijde van corona. Inmiddels gaan we door spanning van oorlog. Hoe toepasselijk werden deze woorden.


    Vandaag bezocht ik Noam (niet zijn echte naam), hij is 96 jaar en ongeveer zes jaar geleden werd Noam blind. Het leven begint hem zwaar te vallen, de eenzaamheid wordt versterkt door het trauma van de Tweede Wereldoorlog en nu opnieuw een oorlog. Nee, toen ik vandaag binnen kwam was het niet zijn dag. Ik ging op een stoel bij hem zitten en vertelde Noam dat ik een kaart uit Nederland voor hem had ontvangen. In het Russisch vertaald las ik de kaart voor. Ik gaf de kaart in zijn handen, er zaten twee zwaluwtjes opgeplakt met kleine knopjes, al voelend zegt Noam: “Zwaluwen, dat zijn prachtig vogeltjes, met mooie kleuren, ze komen wanneer het warmer wordt. In het Russisch wordt het zelfs als koosnaampje genoemd: ‘Je bent mijn mooie zwaluwtje.’ Jammer dat ik ze niet kan zien.”


    Zichtbaar dat hij er van geniet, voorzichtig gaan zijn vingers over de kaart. Hij voelt en denkt na. Zijn vingers tastend over de kaart begint Noam zijn verhaal. Hij heeft zoveel moeite met zijn blindheid. ”Kon ik nog maar iets zien”, zegt Noam met verlangen. Hij moet het van herinneringen hebben, en die zijn vaak zo somber. “Toen ik klein was, vijf of zes jaar oud, was er in het dorp waar ik woonde een oude man. Altijd zat hij op het bankje voor zijn huis. Hij was blind vanaf zijn geboorte. Zijn hoofd op zijn arm gesteund zoals in het kuntstwerk van Auguste Rodin.”


    Noam doet het voor, zijn hand gaat omhoog en zijn hoofd rust daarop. “Hij vertelde ons altijd verhalen, die hij weer van anderen gehoord had. Samen met jongens uit de buurt luisterden wij graag naar zijn verhalen.” Even blijft het stil, Noam kijkt in gedachten naar zijn herinneringen. Dan vervolgt hij: “in 1941 werd hij voor onze ogen als eerste doodgeslagen. Hij was een Jood.”


    Zijn hand rust stil op de kaart. Een verhaal dat hij bewaarde in zijn hart kreeg woorden en daarmee vleugels en ruimte om weg te vliegen. Zijn hart een beetje lichter, er was iemand die luisterde. Noam keert terug naar zijn kaart. “Ik zou ze graag zelf willen bedanken maar wil jij het namens mij doen. De kaart geeft mij een beetje vreugde.”


    Sinds kort woont Tamara (niet haar echte naam) in de Oude Stad van Jeruzalem. Dichtbij het gezin van haar zoon met zeven kleinkinderen. Haar zoon is op zestienjarige leeftijd op jeugd- aliya vanuit de Oekraine naar Israël gekomen. Zijn ouders en grootouders volgden enkele jaren later. Toen hij in Israël arriveerde voelde dit voor hem als thuiskomen, niet alleen thuiskomen in Israël maar ook een thuiskomen in de wijsheid van de Torah. Sindsdien volgt hij als een orthodoxe Jood nauwgezet deze leefregels en zijn zeven kinderen volgen hem daarin.

    Tamara deelt niet in deze striktheid, zij is dankbaar om dichtbij haar kleinkinderen te zijn. In de Oude Stad voelt zij zich minder thuis, als een vreemde eend in de bijt vindt zij nauwelijks aansluiting en is zij eenzaam. De spanning ten gevolge van de oorlog, doen Tamara geen goed. De kaart uit Nederland brengt haar vandaag een beetje geluk: Er zijn mensen die aan mij denken.


    Mijn werkdag eindigde bij Lea, zij zit in een rolstoel, jaren geleden kwam zij samen met haar vader vanuit de Oekraine naar Israël. Op jonge leeftijd werd zij afhankelijk van een rolstoel en raakte daarmee haar zelfstandigheid zo goed als kwijt. Hoewel zij zelf helemaal geen familie heeft houdt Lea van mensen om haar heen en van een beetje vrolijkheid. Het jaar van corona is haar zwaar gevallen en toen begin mei de oorlog begon, was haar laatste beetje veerkracht verdwenen. Al langere tijd gaat het niet zo goed met haar gezondheid. Vanmiddag hoorde zij dat zij morgen opgenomen moet worden in het ziekenhuis. De kaart had niet op een beter moment kunnen komen. Luid klonk met deze kaart de boodschap: “Je bent niet alleen.” Met tranen in haar ogen deelt zij haar dankbaarheid.


    Corrie

    Jeruzalem, 18 mei 2021